De reis die niet door ging

Eigenlijk had er nu weer een bericht van Yvonne in Burkina moeten komen vanuit Burkina Faso. Maar helaas, dit verhaal komt uit Limmen. Ik zou van 19 oktober tot 7 november naar Burkina gaan, maar heb mijn reis op advies van onze partner DSF geannuleerd. De situatie in de provincie Yatenga is te onveilig geworden. Vele mensen zijn hun dorpen ontvlucht en hebben hun heil gezocht bij familie in Ouahigouya. Deze families zijn overbelast: het is al moeilijk om de eigen monden te voeden, en nu komen er nog tientallen bij. De overheid wil niet dat er rond de stad opvangkampen komen. In zo’n kamp ontbreken de sociale structuren. Mensen kennen elkaar niet. Men is bang dat terroristen zich tussen de vluchtelingen verstoppen om aanslagen in Ouahigouya te plegen.

Als westerling zou ik een doelwit kunnen zijn en met mij ook mijn vrienden in gevaar brengen. Dus helaas…

Maar voor de Burkinabè gaat het leven door, zij het in wat aangepaste vorm. De scholen zijn weer begonnen. Alleen onze school in Tougué Mossi nog niet. Dit dorp was in juli slachtoffer van een terroristische aanval. De mooie bibliotheek, die we vorig jaar met hulp van de MRC Holland Foundation hebben kunnen inrichten, hebben de terroristen in de fik gestoken. Alle boeken zijn verbrand, maar ook geboortebewijzen van de leerlingen die nodig waren om diploma’s te kunnen maken. Schoolmeubilair, dat we in 2017 met hulp van de MRC Holland Foundation hebben gefinancierd is deels verbrand. De terroristen hadden ook vijf dorpelingen meegenomen en de andere dorpelingen verboden om op het land te werken. Een ramp, want in juli is de zaaitijd voor het voedsel voor het komende jaar. Vier dorpelingen zijn na een paar dagen weer vrij gelaten. De vijfde hebben ze later dood in de bosjes gevonden. De bevolking is hevig getraumatiseerd. Dat dit in het voorheen altijd veilige Burkina kan gebeuren… Veel dorpelingen zijn gevlucht naar Ouahigouya. De dorpelingen die gebleven zijn, hebben toch het land ingezaaid. Dit is ook een van de redenen waarom het college in Tougué Mossi nog niet open is. Het graan staat rond het dorp twee meter hoog. Terroristen kunnen zich hier gemakkelijk tussen verstoppen. Men hoopt dat de school in november weer open kan, als de oogst is binnengehaald. Maar of er dan nog docenten zijn die in het dorp willen lesgeven, is de vraag…

collage_33530EF3
De bibliotheek van Tougué Mossi voor en na de terroristenaanval.
DSC03212
Het volgroeide graan staat twee meter hoog.

Verschillende ouders uit Tougué Mossi en andere bedreigde dorpen hebben hun kinderen naar scholen in de stad gestuurd. De overheidsscholen zijn overvol met soms wel meer dan 120 leerlingen is een klas. Aan schoolbanken en leermiddelen is groot gebrek en veel kinderen krijgen te weinig eten om voldoende energie te hebben om te leren. Ook op ons onderwijscomplex hebben we meer dan 1.100 leerlingen waarvan een groot deel afkomstig uit gevluchte families. De meeste kinderen zijn getraumatiseerd door wat ze hebben meegemaakt. Sommige kinderen hebben gezien dat er gewapende gemaskerde mannen hun dorp in kwamen en die hun huis in de brand hebben gestoken. Of dat een leraar of een familielid werd doorgeschoten.

De begeleiding van deze kinderen vraagt competenties van de leraren, die ze helaas niet hebben. De kinderen zijn timide, zeggen weinig, spelen niet en sluiten zich niet aan hun klasgenootjes. Gespecialiseerde hulpverlening is er nauwelijks. De kinderen gaan naar school, maar wat zullen ze opnemen….

Naast de opname van vluchtelingenkinderen heeft ons onderwijscomplex nog een andere belangrijke rol gespeeld in het proces om het leven door te laten gaan, ondanks de terroristen. Omdat veel dorpsscholen ten noorden van Ouahigouya in de loop van vorig schooljaar zijn gesloten, konden veel kinderen geen eindexamen doen. Daarom hebben 310 eindexamenkandidaten, van de basisscholen uit noordelijke dorpen, een paar weken, onder militaire bewaking, op ons onderwijscomplex gebivakkeerd. Zij kregen er les en logeerden daar. In september deden ze examen en 75% van de leerlingen is geslaagd. Dat is een heel mooi resultaat, want landelijk lag het slagingspercentage bij de gewone examens op 60%.

2019-09-07 Vertrek leerlingen zomerschool 01-horz
Alle leerlingen die op het onderwijscomplex logeerden hadden een eigen emmer met bord en beker. Na het examen vertrokken zij weer naar hun dorpen.

Los van alle ellende voor de mensen in Burkina, vind ik het ontzettend jammer dat ik er niet heen kan. Want we zijn met zulke prachtige projecten bezig. En die gaan gewoon door, met hier en daar wat aanpassingen in verband met veiligheidsrisico’s. Het project voor de promotie van beroepsonderwijs slaat enorm aan. Naar de richtlijnen van de overheid zijn onze driejarige vakopleidingen verkort tot twee jaar. Maar ondanks het ontbreken van de derdejaars hebben we veel meer leerlingen dan vorig jaar: 275 tegen 196 vorig schooljaar. Voor de naaiopleiding hebben we zelf twee klassen eerstejaars moeten starten omdat 133 leerlingen zich hebben aangemeld. In de nieuwe klaslokalen, die we een paar jaar gelden hebben gebouwd, is ruimte voor alle leerlingen. Alleen hebben we een groot gebrek aan naaimachines.

2019-10-22 Naaiopleiding 03
Overvolle klassen op de naaiopleiding en een groot tekort aan naaimachines.

De lasopleiding heeft 37 leerlingen. Die passen niet allemaal in het theorielokaal. De tweedejaars ruimen voor de theorielessen de werkplaats op en zetten daar de schoolbanken neer. We hebben dus dringend een grotere overkapping nodig om de werkplaats uit te breiden.

2019-10-22 Lasschool 01
De eerstejaars leerlingen van de lasopleiding zitten ale haringen in een ton in het veel te kleine theorielokaal.
2019-10-22 Lasschool 02
De tweedejaars leerlingen van de lasopleiding krijgen theorieles in de werkplaats.

Nu ik de laatste hand aan dit verhaal leg, komt het bericht binnen dat een konvooi met mijnwerkers in een hinderlaag is gelopen. Na een verlofperiode waren zij vanuit de hoofdstad Ouagadougou op weg naar hun werk in het zuidoosten van Burkina. De eerste bus werd opgeblazen door een berm bom en de overige voertuigen werden beschoten. Volgens officiële berichten zijn er 37 doden en 60 gewonden. Lokale berichten spreken over veel meer slachtoffers. De terroristen worden steeds machtiger. Waren het eerst nog kleine groepjes met eenvoudige wapens, nu zijn het groepen van wel meer dan 100 man en beter bewapend dan de militairen van Burkina. De overheid lijkt machteloos. In een officiële speech riep de president vrijwilligers op om zich te melden voor de strijd tegen het terrorisme en hij kondigde weer drie dagen van nationale rouw af. Weer drie dagen dat de scholen gesloten worden in het toch al veel te korte schooljaar. Nationale rouw, bidden voor de slachtoffers. Met andere worden: letterlijk de ogen sluiten voor wat er gaande is. En vrijwilligers oproepen, waarvoor? Vrijwilligers zijn niet getraind, hebben geen informatie en als ze al wapens krijgen zijn ze geen partij voor de terroristen. Ze zullen hooguit dienen als slachtvee. Weer reden voor nationale rouw en het sluiten van de ogen….

Arm Burkina, zo goed op weg en nu deze catastrofe waarop men geen antwoord heeft…. Wanneer kan ik er weer heen?

Agrarische ondernemers

Hoe creëer je werkgelegenheid in een land waar tweederde van de jongeren geen betaald werk heeft en een groot deel niet of nauwelijks onderwijs heeft gevolgd? Niet door het opzetten van allerlei grote, prestigieuze projecten, maar door aan te sluiten bij de mogelijkheden en interesses van de bevolking en wel op heel basaal niveau zodat zij zelf nieuwe mogelijkheden willen uitproberen. Ontwikkeling is niet mogelijk zonder bewustwording en mentaliteitsverandering. Dit is een moeizaam, langdurig proces. Voor ons is het zo gemakkelijk om even een oplossing te bedenken. Maar onze oplossingen werken meestal niet in Burkina omdat ze niet aansluiten bij de mogelijkheden en het begrip van de doelgroep waarvoor de hulp bestemd is. Er wordt wel eens gezegd: “Hoe meer je weet, hoe meer je gaat beseffen hoe weinig je nog weet”. Maar ook: “Wat je niet kent, dat mis je ook niet”.
Veel plattelandsbewoners in Yatenga, vooral vrouwen, weten niet meer dan het leven in hun dorpen en de overgeleverde tradities. Groter is hun wereld niet.

DSC00742

 

In de Mossi dorpen op het platteland leeft men al eeuwen op dezelfde manier: op een lapje grond verbouwt men in de regentijd het voedsel voor de familie. Behalve de traditionele hak, heeft men geen gereedschap. Het is zwaar werk om de harde, uitgedroogde grond geschikt te maken om in te zaaien. Om het werk te doen, zijn grote families, dus veel kinderen, nodig.
De landbouwtijd is alleen in het regenseizoen. In juli wordt de grond geploegd en als de regens komen wordt de grond ingezaaid. De oogst is eind oktober. Maar van november tot juni is er van oudsher weinig te doen. Mannen trekken in de droge tijd weg om te proberen ergens geld te verdienen. Maar weinigen hebben het benul om datgene wat ze elders zien, over te brengen naar hun eigen situatie.
Als de regens onvoldoende zijn, volgt de hongersnood. De meeste boeren verbouwen onvoldoende om reserves aan te leggen. En als ze een goede oogst hebben, is het geld nodig voor scholing van de kinderen of gezondheidszorg. Groente en fruit werd alleen gezocht in het bos.

Ditzelfde geldt voor de Peul, de veehoeders die met hun kuddes door het land trekken. De traditionele veehouderij is alleen voor eigen consumptie. Het vee is hun rijkdom, maar de dieren zijn mager en slecht verzorgd. Als de veehouders geld nodig hebben voor gezondheidszorg verkopen ze een dier, maar het vlees levert weinig op.

 

2017-04-15 Tangaye SAM_0225

DSF is al jaren bezig om de volwassenen te alfabetiseren en de kinderen naar school te sturen, zodat de mensen leerbaar worden. Alfabetisering gebeurt in de droge tijd. Het merendeel van de cursisten is dan ook vrouw. Tijdens de alfabetisering krijgen de volwassenen korte cursussen in beter beheer van hun land en vee, maar ook over het belang van ander voedsel in de droge periode. Met hulp ver verschillende ontwikkelingsorganisaties zijn stuwdammen aangelegd om water vast te houden en tuinbouw mogelijk te maken. Irrigatie gaat voornamelijk met een gieter. Een zware en tijdrovende klus: de hele dag lopen de tuinbouwers in de hete zon met hun gieter van de put naar het land en omgekeerd.

Maar we gaan weer een stapje verder. Op dit moment voert DSF het “Programma Multi-Acteurs” (PMA) uit, een meerjarig programma dat DSF in samenwerking met de nationale coördinator van het CCEB-BF en met financiering door een Oostenrijkse ontwikkelingsorganisatie. Het doel is om een keten op te zetten van kwalitatieve voedselproductie en verwerking.

DSC01807 - kopie

In het PMA traint DSF 135 jonge mannen en vrouwen tot agrarische ondernemers. Het zijn jonge mensen uit kansarme plattelandsfamilies. Stap voor stap wordt hen geleerd om op een effectievere manier hun grond te bewerken of hun vee te houden. In het eerste jaar kregen de tuinbouwers een motorpomp met leidingen en brandstof, zaaigoed en mest. Ze leren om bedden aan te leggen met dijkjes er om heen. Tussen de dijkje lopen kanaaltjes. De waterpomp pompt het water de kanaaltjes in vanuit een meertje of waterput. De boer breekt een dijkje open en het water stroomt in het bed. Daarna sluit hij het dijkje weer en gaat naar het volgende bed. De boer kan zo in zijn eentje een groot veld onderhouden. Ook leren ze om fruitbomen te enten zodat de bomen grotere vruchten geven die op de markt meer opleveren dan de wilde vruchten.

DSC00790
Materiaal voor de (pluim)veehouders om een omheining te maken.

 

2017-11 PMA FB Coulibaly 02 - kopie
Praktijktraining tuinbouw.

 

 

DSC00766
Theorietraining voor de agrarische ondernemers op het kantoor van DSF.
DSC00272
Irrigatie van de uienvelden door dijkjes.
DSC03052
Een motorpomp pompt het water uit de put naar de velden.

De veehouders krijgen jonge dieren, krachtvoer en materiaal om een omheining te maken waarin het vee gehouden wordt. Ook worden de dieren ingeënt. Als ze flink gegroeid zijn, worden ze verkocht.

DSC03006 - kopie
De veehoudster is trots op haar mooie schapen.

Een aantal deelnemers heeft kuikens gekregen van een beter soort dan de renkippen die overal in de dorpen rondscharrelen. Daar zit bijna geen vlees aan. De eerste keer dat ze me in het lokale restaurant vroegen of ik een kip wilde eten, zei ik dat een halve wel genoeg was. De bediende stond me vreemd aan te kijken. Dat had iemand blijkbaar nog nooit gevraagd. Mijn tafelgenoten lachten. Even later was wel duidelijk waarom: een hele kip, maar je moest flink kluiven om er nog wat vlees vanaf te krijgen!
De nieuwe kippen worden in een kippenhok gehouden en krijgen krachtvoer, zodat er meer en beter vlees aan het dier zit.

IMG_20190313_153734
Kwaliteitskuikens in een kippenhok.

IMG_20190313_154712

IMG_20190313_155000

Maar alleen met productie ben je er niet. In het verleden waren de boeren afhankelijk van malafide handelaren die de oogst voor een schijntje opkochten. Door de training zijn de jongeren zich bewust van de marktprijzen. Ze hebben geleerd hoe zij hun onderneming financieel moeten beheren.

DSC00092
Training ondernemerschap op Onderwijscomplex Zoodo

Ook wordt aan het einde van het tuinbouwseizoen een grote tuinbouwtentoonstelling gehouden waar de jongeren hun producten laten zien en zo mogelijk andere boeren enthousiast krijgen om hun methoden te verbeteren. De deelnemers uit het programma hebben hun hele oogst voor een goede prijs kunnen verhandelen.

2019-04 PMA Tougou uiendag 02
Trotse ondernemers op de tuinbouwtentoonstelling.

De grootste groep jongeren in het PMA wordt dus getraind in betere veeteelt- en tuinbouwmethoden. Een deel wordt getraind in conservering, transport en verwerking van de producten. Met elkaar vormen ze vier coöperaties. Sinds een paar maanden heeft een van de deelnemers een “moderne” slagerij geopend voor de verwerking en verkoop van het vlees van de (pluim)veehouders uit de coöperatie. Nu had ik bij het woord “modern” een ander beeld, maar voor hier is het een flinke stap vooruit.

DSC01581 - kopie
De slager tussen Coulibaly, de projectleider van DSF (rechts) en de coördinator van het CCEB-BF, die eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van het programma.

DSC01575 - kopie

Het was trouwens wel grappig, want als ik in de hoofdstad Ouagadougou aankom, doe ik eerst boodschappen bij de Marina Market, een supermarkt zoals we die in Europa ook kennen. Met een slagerij volgens Europese normen. Salif stond een praatje te maken met een van de slagers. Later vertelde hij aan Coulibaly, de projectleider van het PMA bij DSF, dat ze in de slagerij van de Marina Market het vlees op een speciale manier snijden, zodat je onderscheid kan maken in de kwaliteit van verschillende stukken vlees. In Ouahigouya hakken ze een beest gewoon in stukken en verkopen het vlees per kilo, ongeacht de kwaliteit van elk stuk. Ik vertelde ook aan de slager uit het PMA hoe bij ons de slagers het vlees snijden. De slager zat er een beetje wazig bij te kijken. Hij kon er zich blijkbaar geen voorstelling bij maken. Dus de volgende stap een excursie naar de Marina Market? Of een Nederlandse slager die zijn kennis wil overbrengen???

Voor onze tuinbouwers zit het werk er op dit moment op. De oogst is binnen en verhandeld. De jonge mensen zijn heel trots. Ze hebben geld verdient, een motor kunnen kopen, het schoolgeld van hun kinderen kunnen betalen.

2018-04 PMA Zogoré 01 - kopie

Een van de jonge mannen vertelde dat hij nu een heel gelukkig huwelijk heeft: de geldzorgen zijn weg en de familie leeft in harmonie. Hij peinst er niet meer over om weg te trekken om ergens anders geld te proberen verdienen. En nu iedereen eenmaal ervaren heeft dat je zelf iets kan doen om je situatie te verbeteren, zijn ze enorm leergierig geworden. Onze nieuwe opleiding rurale mechanica sluit hier prachtig bij aan. De werkplaats is klaar en de benodigde machines en gereedschappen zijn aangeschaft. De reguliere opleiding begint pas in het nieuwe schooljaar. Maar op dit moment worden de tuinbouwers getraind in het onderhoud en de reparatie van hun motorpompen. Een zeer welkome training met 17 cursisten: 8 jonge mannen en 9 jonge vrouwen! Ze zijn razend enthousiast. Een van de vrouwen vertelde: “Ik kom uit Thiou, 35 kilometer van Ouahigouya. Ik heb een groot uienveld en pomp het water uit een put. Toen mijn motorpomp kapot ging, moest ik een tricycle huren om naar de mecanicien in Ouahigouya te gaan. Dat kostte veel geld. Als mijn motorpomp nu kapot is, kan ik hem zelf maken. En hij zal niet zo snel kapot gaan, want ik weet nu hoe ik hem moet onderhouden!

DSC01666

En de Burkinese uien zijn tien keer lekkerder dan de Hollandse! Welke ondernemer ziet hier handel in?

Preek van de leek

Vandaag ben ik gevraagd om de “Preek van de Leek” te houden in de Witte Kerk in Heiloo. De preek en de daarbij behorende dia’s wil ik graag met jullie delen. Het is een heel epistel, dus zet je schrap! De volgende keer weer een bericht uit Burkina, want ik ga er 19 april weer heen.

De uitnodiging om de Preek van de Leek aan te nemen, was voor mij een mooie gelegenheid om stil te staan en terug te kijken op mijn leven. Ja, waarom doe ik dat eigenlijk, al die inzet voor mensen in een ver land. Inzet die soms ten koste gaat van mijn eigen gezin. Wat maakt dit voor mij nu zo waardevol?

Ik ben geboren en getogen in Zaandam, het rode Zaandam. Mijn ouders waren een grote fan van Joop den Uyl. Solidariteit stond bij ons hoog in het vaandel. Mijn vader werkte in de fabriek van Albert Heijn. Dat was in die tijd een heel sociale onderneming. Voor het personeel werd goed gezorgd en de onderlinge solidariteit was hoog. Bij de fabriek stond een grote personeelskantine en er was een actieve personeelsvereniging waar iedereen lid van was. Voor de gezinnen van het personeel werd veel georganiseerd. Voor de volwassenen waren er kaartavonden. Voor de kinderen was er het Pinksterkamp  en een groots sinterklaasfeest.

In de fabriek werkten ook “gastarbeiders”, destijds waren dat Joegoslaven. Ik herinner me dat mijn vader af en toe een Joegoslaaf mee naar huis nam om bij ons te eten. Anders zat hij maar eenzaam in zijn pension.

Dit alles maakte dat de betrokkenheid bij “de fabriek” van Albert Heijn heel groot was. Voor de werknemers was het hun fabriek. De fabriek moest draaien en het personeel voelde zich daar heel verantwoordelijk voor. Mijn vader ging daar heel ver in. Als er iets kapot was, moest dat gemaakt worden, ongeacht of dat nu in werktijd was of daarbuiten. Toen mijn vader 25 jaar bij “de fabriek” werkte, brachten zijn collega’s ook tot uitdrukking hoezeer zij zijn inzet en betrokkenheid waardeerden. Maar vooral mijn moeder werd in de bloemetjes gezet. Voor haar was het niet makkelijk dat Pa bij tij en ontij vond dat de plicht riep en zij meestal alleen voor ons, haar kinderen, moest zorgen.

Nu ik dit zo opschrijf, realiseer ik me, dat de geschiedenis zich eigenlijk weer herhaalt. Ook ik voel me heel erg verantwoordelijk voor mijn werk als docent op het Horizon College, maar vooral voor de projecten in Burkina Faso. En deze verantwoordelijkheid is misschien ook wel te koste gegaan van mijn gezin.

Ik heb drie prachtige kinderen gekregen, maar in het moederschap alleen kon ik geen bevrediging vinden. Toen mijn kinderen opgroeiden, ben ik gaan studeren en toen ik klaar was, zocht ik naar een andere zinvolle tijdsbesteding.

Het duurt een tijdje voordat je leven vorm krijgt en je een manier vindt om de wereld een beetje beter te maken. Ontwikkelingswerk was niet haalbaar voor mij. Ik was een school drop-out en van de uitspraak en grammatica van vreemde talen snapte ik geen fluit.

Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in andere culturen. Van jongs af aan was ik al erg begaan met de ongelijkheid in de wereld en de achterstelling van bepaalde bevolkingsgroepen. Waarom heeft de ene mens het beter dan de andere?

Toen bleek er in Limmen een werkgroep te zijn die zich met ontwikkelingssamenwerking bezig hield. Dat leek me wel wat. Een klein clubje dat heel direct bezig was met een project in een ontwikkelingsland. Burkina Faso, ik had er nog nooit van gehoord.

Toen we 30 jaar geleden begonnen, liepen de contacten via twee Nederlandse vrijwilligers die daar woonden en werkten. Via SNV maakten we kleine bedragen over voor de inrichting van een kraamkliniek in Nongfaïré, het eerste dorp waar we begonnen zijn.

Het contact bestond uit een keer in de 6 à 8 weken een briefwisseling. Lekker makkelijk: alles in het Nederlands, want niemand van onze toenmalige werkgroep was de Franse taal voldoende machtig. Voor mij zelf was Frans zelfs de belangrijkste reden dat ik van de middelbare school heb verlaten.

Maar toen vertrokken de Nederlandse vrijwilligers en werd het contact met Burkina verbroken. Wat nu. We stonden bijna op het punt om de WOL op te heffen, toen er een brief kwam. Via via met verschillende mensen meegegeven en uiteindelijk in Limmen aangekomen. Een brief van Salif Sodré, een dorpsonderwijzer in Burkina Faso. In het Frans, ja dat wel. Hij bood aan om het contact met Limmen voort te zetten. Maar wie was hij eigenlijk? Konden we hem wel vertrouwen? We besloten er heen te gaan.

En dan kom je in een land dat totaal anders is dan het jouwe. Wij kwamen niet als toeristen, maar we waren gasten. We werden ontvangen bij de mensen thuis. Gingen mee naar hun dorpen. Als westerling zie je dan de grote armoede. Maar voor de Burkinabè is dat Yelkabé, geen probleem, zo is het leven.

Het eerste bezoek heeft diepe indruk op me gemaakt. Wat het precies geweest is, weet ik niet. Maar eenmaal thuis, kreeg ik iedere keer een brok in mijn keel en kon ik wel janken als iemand me vroeg hoe de reis geweest was. De tranen waren niet vanwege de armoede die overal zichtbaar was. Nee, het was de overweldigende gastvrijheid en oprechtheid van de mensen die nu onze vrienden zijn geworden. Ditzelfde gevoel ervoeren ook mensen die later met mij mee zijn geweest naar Burkina. Heel speciaal.

Later hoorde ik iemand zeggen: “Als je in Afrika bent heb je twee mogelijkheden: of je vindt het verschrikkelijk of je raakt er aan verslaafd.” Met mij is het laatste gebeurd.

Aan het einde van dat eerste bezoek besloten we met Salif in zee te gaan. Niet met hem als individu, maar met de vereniging die hij op wilde zetten: Développement Sans Fontière oftewel DSF.

We begonnen met wat losse projecten: een graanmolen, een kraamkliniek en het project “Schapen voor Schoolmateriaal”, een project om door middel van het houden van schapen, kinderen van schoolmateriaal te voorzien en te zorgen dat de kinderen de school ook af maakte. Dit project hebben we tot 2013 gedraaid en ruim 2.000 kinderen de kans op een succesvolle schoolcarrière gegeven. Veel van die kinderen zijn inmiddels onderwijzer, verpleegster, ondernemer of hebben zelfs een universitaire studie gevolgd.

Het duurde wel vijf jaar voordat ik weer terug ging naar Burkina, ditmaal samen met mijn zus. En weer was het bezoek overweldigend. Het was in de tijd dat Maxima haar kennismakingstoer door Nederland hield. Ik kan jullie wel vertellen dat de toer van Maxima in het niet viel bij onze toer langs de dorpen waar we projecten hebben uitgevoerd. In eerste instantie is dat enorm schrikken. Denk je bijna bij het dorp te zijn, staat daar ineens een groep mannen op paarden en met geweren die beginnen te schieten. Maar het bleek de moderne tamtam en de voorloper van de mobiele telefoon: Door de geweerschoten wist het dorp dat we in aantocht waren en verzamelde iedereen zich op een centrale plaats voor de ontvangst.

In het dorp waar we een kraamkliniek hadden gebouwd, werden we door de dorpskoning ontvangen met muziek en dans. In optocht liepen we naar de kraamkliniek. Ik voelde me net Jezus Christ Superstar: we liepen naast de dorpskoning voor de menigte uit. Aan weerskanten liepen mannen met stokken. Als kinderen toch naar voren wilde lopen, werden ze weggemept. Wij mochten niet in het stof lopen!

Als teken van vriendschap kreeg ik deze prachtige antilopenkop, gemaakt door de houtsnijder van het dorp. De antiloop zou er voor zorgen dat onze vriendschap eeuwig zou blijven bestaan. Hij zou mij beschermen op mijn reizen naar Burkina Faso. Tot nu toe is dat aardig gelukt!

Mijn zus en ik, we waren met z’n tweeën. Maar ik wilde ook dat anderen deelgenoot werden van deze prachtige ervaringen. Dus twee jaar later ging ik alweer terug. Ditmaal samen met dorpsgenoten. Op deze reis rekende ik af met de grote frustratie uit mijn jeugd: de leraar Frans die een grote rol had gespeeld bij het afbreken van mijn middelbare school. Toen ik twee jaar daarvoor met mijn zus in Burkina was, had Salif ons meegenomen naar een dorp waar de bevolking heel gemotiveerd was om de kinderen naar school te sturen. Ze hadden zelf een hut gebouwd, maar die stortte in zodra het begon te regenen. Dit was meestal in juni, precies in de tijd van de overgangsproefwerken en eindexamens van de basisschool. De ouders konden de school pas weer opbouwen in november, na de oogst, als zij weer stro hadden voor de dakbedekking. De kinderen hadden daardoor maar een heel kort schooljaar en voor de eindexamens moesten ze naar een school in een ander dorp.

Wij hebben in Nederland actie gevoerd om een school in dat dorp te kunnen bouwen en toen we met de groep dorpsgenoten terugkwamen, was er een grote openingsceremonie waarbij ook journalisten van krant en radio aanwezig waren. Van mij werd verwacht dat ik ook een speech zou houden. Oeps, in het Frans!! Maar ik had ondertussen al wat cursussen gevolgd om die taal beter te begrijpen. Dus daar stond ik dan op het spreekgestoelte! (foto speech Risci) En dat niet alleen. De volgende dag waren we in het zwembad bij het hotel toen een van de medewerkers de radio flink harder zette. En wat hoorde ik: mezelf tijdens de speech. Woh, ik wou dat dat die leraar Frans kon horen!

De ambities van DSF gingen veel verder dan wat wij als klein clubje zouden kunnen realiseren. Ik heb kunnen bemiddelen om DSF partner te laten worden van ICCO, een professionele Nederlandse ontwikkelingsorganisatie. ICCO heeft DSF geprofessionaliseerd en er voor gezorgd dat DSF een belangrijke rol ging spelen in de hervorming van het regionale en nationale onderwijs-verbeteringsproces. Dank zij de ondersteuning door ICCO, en later ook door Kinderpostzegels, kreeg DSF de beschikking over een kantoor, vervoermiddelen, communicatiemiddelen en betaald personeel.

Het personeel werd getraind om hun werk uit te kunnen voeren. Salif, de voormalige dorpsonderwijzer, werd opgeleid tot manager en pleitbezorgers.

We konden nu direct met elkaar communiceren. Wat een verschil met de briefpost van de jaren daarvoor! Onze band met DSF werd alleen maar sterker!

Professionele organisaties in ontwikkelingslanden ziet men vaak als overbodig, als onnodige overhead. Het gaat immers om de projecten: het schooltje dat je bouwt, of het kliniekje of de waterpomp. Maar als je geen goede mensen hebt om projecten te begeleiden en te controleren, dan gaat het mis.

Van overheden in ontwikkelingslanden hoef je dat ook niet veel te verwachten. Ambtenaren krijgen een baantje zonder enig benul te hebben wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van de functie. En als ze dat al wel hebben, ontbreekt hen de middelen om hun werk goed uit te kunnen voeren. Zo moet de provinciale onderwijsdienst toezicht houden op de kwaliteit van het onderwijs, jonge onderwijzers observeren en bijscholen. Maar wat als ze geen geld hebben voor brandstof voor hun brommers om naar de afgelegen dorpen te gaan? Dank zij ICCO kreeg DSF ook financiering om de provinciale onderwijsdienst te ondersteunen zodat deze hun werk konden doen.

Door deze ervaringen ben ik heel anders tegen het werk van grote ontwikkelingsorganisaties aan gaan kijken. Als klein particulier initiatief zijn wij op het uitvoerende microniveau bezig. Maar om projecten duurzaam te laten zijn, moeten er structuren zijn die die duurzaamheid kunnen dragen. Je kunt wel een school of een ziekenhuis bouwen, maar wat als er geen geld is voor onderhoud, geen geld voor opgeleid personeel? Wat als mensen geen flauw benul hebben hoe je dit soort voorzieningen in stand houdt? Soms niet eens het belang er van inzien omdat ze dat niet met de paplepel hebben ingegoten gekregen?

Al gauw krijg je dan het oordeel dat zwarte mensen zelf niet willen, dat, zodra de witte mensen weg zijn, de boel in verval raakt. We stellen dat oordeel vanuit onze westerse denkkaders. We vergeten dat bij ons alles zo vanzelfsprekend is omdat onze voorouders stap voor stap structuren gerealiseerd hebben die zorgen voor duurzaamheid van onze ontwikkeling en welvaart. Wij zijn allemaal naar school geweest. We hebben werk. Wij hebben een belastingstelsel, een verzekeringsstelsel, een pensioenstelsel en andere voorzieningen waardoor we beschermd worden.

Maar hoe zorg je dat er genoeg geld is voor onderwijs en gezondheidszorg als er geen betrouwbaar belastingstelsel is? Als mensen überhaupt te arm zijn om belasting te betalen? Of er geen vertrouwen in hebben dat het geld de gemeenschap ten goede komt? Hoe zorg je dat bevolking en overheden overtuigd raken van het belang van dit soort structuren en zich hiervoor willen inzetten, als ze dat niet kennen?

Ik heb gezien dat dat het werk is van de grote ontwikkelingsorganisaties: pleitbezorging, lobbywerk en bewustwording. Onze projecten waren succesvol omdat onze partner DSF ook samenwerkte met ICCO en Kinderpostzegels. Die zorgden voor die noodzakelijke structuren, die zorgden dat DSF een professionele ontwikkelingsorganisatie werd die controle hield op de beschikbare gelden, die geleerd had overheden aan te spreken op hun verantwoordelijkheden, die mensen konden mobiliseren en organiseren om voor hun rechten op te komen en hun ontwikkeling in eigen hand konden nemen. Dit werk vindt achter de schermen plaats en is niet zo zichtbaar als een schooltje bouwen. Maar als je een tijdje in Burkina bent, dan ervaar je het effect. Mensen worden zich bewust van hun situatie en willen daar samen verandering in brengen. Als mensen zelf willen is er pas sprake van duurzame ontwikkeling.

In het jaar 2000 heeft men de Millenniumdoelen opgesteld. Deze moesten ervoor zorgen dat in 2015 de armoede in de wereld gehalveerd was ten opzichte van de situatie in 1990. De millenniumdoelen maakten ook dat wij ons onderdeel voelden van een wereldwijde beweging om de armoede in de wereld te bestrijden en ontwikkelingskansen eerlijker te verdelen.

Niet alles is behaald, maar wel veel. De millenniumdoelen gaven richting en structuur. Ieder werkte vanuit zijn expertise aan een of meer doelen. Zo kon het ene doel het andere versterken. Voor DSF lag dit bij onderwijs en wij zijn hierin meegegaan.

“Allemaal naar school” werd de leus. Niet alleen de kinderen, maar ook de ouders. Want armoede kan je niet bestrijden met een analfabete en onwetende bevolking.

Er werd weinig geïnvesteerd in “hardware”, dat wil zeggen in gebouwen. Ouders moesten hun motivatie laten zien om te willen leren lezen, schrijven en rekenen. Ze moesten zelf een “klaslokaal” bouwen. DSF zou dan voor inrichting en lesmateriaal zorgen. Deze klaslokalen waren vaak niet meer dan een hut van leem of een afdak met wat oude cementzakken er om heen.

We hebben in de afgelopen jaren twee keer een zeer slecht regenseizoen gehad, die tot een voedselcrisis leidde. Bang als we waren dat alle geboekte vooruitgang verloren zou gaan hebben we een noodactie gehouden om voedsel voor de cursisten en hun kinderen te kunnen kopen, zodat ze een maaltijd kregen als ze op school kwamen. En dan kom je voor de bizarre situatie te staan dat je met een zielig verhaal over mensen die honger hebben, ineens heel veel geld ophaalt. Gek eigenlijk, want als het om projecten gaat die structurele verbetering van de levensomstandigheden kunnen bewerkstelligen, moet je veel meer moeite doen om geld bij elkaar te harken….

Ik was alleen wel in verlegenheid gebracht. Wij voerden actie omdat mensen geen eten hadden, maar we kregen foto’s uit Burkina waarop de moeders in de schoolbanken zaten, maar wel met een mobieltje op tafel. Wel geld voor een mobieltje, maar niet voor voedsel??? Die foto’s durfde ik ook niet te laten zien in Nederland.

Maar waarom wilden die ouders nu zo graag leren lezen en schrijven? Niet alleen om hun kinderen met huiswerk te kunnen helpen. Nee, ze hadden ontdekt dat ze met dat mobieltje contact kunnen leggen met familieleden in andere dorpen en in de stad. Bellen was in die tijd nog duur, maar een sms-je kon je goedkoop sturen. Moest je wel kunnen lezen en schrijven….

Met het mobieltje konden ze elkaar snel op de hoogte stellen als er een bijzondere gebeurtenis was in de familie en vooral, ze konden familie in de stad vragen wat de handelsprijzen waren voor het graan dat ze aan opkopers verkochten. Dit maakte dat ze niet meer afgezet werden door malafide handelaren. Dit sloot aan bij hun leefwereld en was voor hen de motivatie om te leren lezen, schrijven en rekenen.

Ik heb ook wel aan een paar mensen gevraagd wat de alfabetisering hen nu voor voordelen heeft gebracht. Nou, zei een man, als ik nu naar het ziekenhuis ga om een ziek familielid op te zoeken, dan hoef ik niet meer alle kamers langs te gaan om te kijken waar hij ligt. Ik kan nu de nummers van de kamers lezen en er direct naar toe gaan. En een mevrouw vertelde: Als ik vroeger op mijn brommertje naar de stad ging op mijn producten te verkopen, hield ik bijna nooit geld over. Altijd hield de politie mij aan en moest ik een boete betalen. Maar nu heb ik tijdens de alfabetiseringslessen de verkeersregels geleerd en nu kom ik altijd met geld thuis.

Om zulke simpele dingen gaat het dus.

Maar de alfabetisering heeft veel meer gebracht. De dorpelingen werden leerbaar, ze begrepen meer en werden zich bewust van hun rechten en die van hun kinderen. Bijna alle kinderen gaan nu naar school en over oude tradities en taboes wordt gesproken. Zo is in veel dorpen meisjesbesnijdenis nu uitgebannen. De dorpelingen leerden betere manieren om voedsel te verbouwen en om vee te houden. Ze leerden om water vast te houden, tuinen aan te leggen en bomen te planten. Toen ik in 1996 voor het eerst in Burkina kwam, waren grote delen van Yatenga dor en geërodeerd. De woestijn rukte op. Nu staan weer overal bomen, bij dorpen zijn stuwmeertjes aangelegd en het landschap is het grootste deel van het jaar prachtig groen.

En dit is niet alleen het werk van grote ontwikkelingsorganisaties. In Burkina staan steeds meer mensen op die zich bewust worden van de penibele situatie in hun land. Toen ik een paar maanden geleden in Burkina was, werd in Zweden de alternatieve Nobelprijs uitgereikt aan Papa Yacouba Sawadogo, een oude boer uit onze provincie Yatenga die met zijn alternatieve methode duizenden bomen heeft geplant en heeft helpen overleven. Door zijn inzet is de verwoestijning gestopt. Ter ere van hem was er een grote markt op het nationale plein van Ouahigouya.

Mensen het heft in eigen hand zien nemen, vervult mij altijd met een gevoel van trots.

Dat is wel grappig, want de processen die we in Burkina in het groot zien gebeuren, kan je vergelijken met de menselijke ontwikkeling. Als docent pedagogiek zie ik veel overeenkomsten met de ontwikkeling van een kind en de ontwikkeling van een ontwikkelingsland. Niet om kleinerend over ontwikkelingslanden te spreken, maar om het groeiproces te kunnen begrijpen. Ouders zijn ook ontzettend trots als ze hun kind zien groeien naar steeds grotere zelfstandigheid. Zo’n soort gevoel van trots ervaar ik ook als ik naar Burkina kijk.

Mijn leerlingen leer ik over de Zone van de naaste ontwikkeling: goed kijken naar het kind en aansluiten bij de volgende uitdaging die het kind nodig heeft om zichzelf verder te ontwikkelen. Als dat in het gebied van de naaste ontwikkeling zit, dan ziet het kind die mogelijkheden en wil het leren, eerst met hulp van anderen, tot het de vaardigheid onder de knie heeft en het het zelfstandig kan doen. Wil je te veel en/of sluit je niet aan bij de ontwikkelingsbehoefte, dan kom je in de paniekzone wat tot frustraties en weerstand leidt. Van ontwikkelen is dan geen sprake meer.

Zo werkt dat ook met ontwikkelingssamenwerking: wil je te veel of stel je eisen vanuit de voor jou zo vanzelfsprekende westerse denkkaders, dan leidt dat alleen maar tot frustratie en weerstand.

Dit inzicht is mij niet aan komen waaien. We hebben met DSF ook dieptepunten gekend. Een paar jaar geleden zaten we helemaal vast. We begrepen elkaar niet meer. Irritaties over en weer. We dachten eraan om zelfs met DSF te stoppen. Had de antiloop, het symbool van vriendschap en verbondenheid, zijn kracht verloren? Want hoe kon het, dat na zoveel succesvolle jaren, we elkaar niet meer begrepen? Ik besloot om drie maanden in Burkina te gaan wonen.

Alleen al het gegeven dat ik de moeite nam om drie maanden mijn leven met hen te delen, gaf hen zoveel vertrouwen in onze intenties, dat we heel veel hebben kunnen uitspreken. Zij hadden grote zorgen door het wegvallen van hun grote financieringspartners ICCO en Kinderpostzegels. Toen ik kwam, had het personeel al meer dan een jaar geen salaris meer ontvangen. En toch deden ze hun werk. Mijn huis in Burkina is een deel van het kantoor dat zij niet meer gebruikten door het wegvallen van de programmafinanciering. Voor mij was het een prachtige plek. Ik zag hoe hard zij werkten, ik zag hun betrokkenheid, ik zag hoe zij mensen die een beroep op hen deden zo goed mogelijk probeerden te helpen. Maar ik zag ook het onbegrip van andere mensen: waarom waren er geen projecten meer? Voor DSF was het heel moeilijk om uit te leggen dat er geen geld meer was terwijl ze toch nog bestonden.

Voor mij waren die drie maanden een enorme leerschool. Ik ging er heen met het idee om hen wat te leren, om orde op zaken te stellen. Toen ik terugkwam besefte ik dat ik het meeste had geleerd: over vriendschap, over betrokkenheid, over saamhorigheid. Hoe ik zelf verwachtingen had over voor ons vanzelfsprekende zaken die wij met de paplepel ingegoten hebben gekregen. Maar die helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn in de Afrikaanse context. Als ik dan weer kijk naar de Zone van de naaste ontwikkeling, dan zaten we niet meer in die zone, maar in de paniek, frustratie en weerstandzone. Ik leerde over het belang van familie, van relaties en sociale netwerken als enig zeker vangnet omdat je op instituties en overheden niet kan rekenen. Ik zag de falende overheden en het vooringenomen ontwikkelingsbeleid van westerse landen. Want hoe goed westerse ontwikkelingsorganisaties hun werk ook doen, er zitten ook negatieve kanten aan. Ze blijven een tijdje en gaan dan weer weg. Beleid verandert, thema’s veranderen en de lokale organisaties moeten daarin mee gaan als ze willen blijven bestaan. Ook al hebben ze zelf andere prioriteiten. Wat nou eigenaarschap???

Die antilopenkop heeft er blijkbaar toch voor gezorgd dat wij al die jaren DSF zijn blijven steunen. We zijn een relatie aangegaan, vrienden geworden, met elkaar verbonden. In een dorp ben ik als dochter aangenomen. Ik mag daar altijd thuiskomen. In een ander dorp ben ik benoemd tot moeder van alle kinderen omdat wij voor onderwijs hebben gezorgd. Alle kinderen kunnen tot hun BEPC diploma in het dorp naar school. Ik heb zoveel vriendschap ontvangen.  En vrienden laat je niet zomaar vallen. Zeker niet als er nog zo veel te doen is.

Net als bijna 20 jaar geleden met de 8 Millenniumdoelen, geven nu de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen richting aan. In 2030 moeten we weer een stuk verder zijn met eerlijke verdeling van de welvaart en zorg voor onze wereld. Aan die doelen leveren wij, WOL en DSF een bescheiden bijdrage. Beroepsonderwijs en creëren van werkgelegenheid voor jongeren is daar een belangrijk onderdeel van. Ons kind DSF is inmiddels volwassen en zij spelen een heel belangrijke rol in het ontwikkelingsproces van de regio Noord. Op dit moment sturen zij de campagne aan om het beroepsonderwijs te promoten. Zij kunnen dit doen dank zij ons en alle mensen en organisaties die ons steunen. De steun van professionele ontwikkelingsorganisaties is weggevallen. Voor ons is het een uitdaging om DSF haar werk voort te kunnen laten zetten.

We zijn daarom ontzettend dankbaar voor alle steun die we hierbij ontvangen. In de eerste plaats de MRC Holland Foundation. Door hun steun wordt er op dit moment hard gewerkt aan verbetering van het voortgezet onderwijs in vier dorpen en op ons eigen onderwijscomplex.

DSF begeleidt dit en dank zij dit project hebben we het kantoor van DSF open kunnen houden en konden zij hun rol in het ontwikkelingsproces voortzetten. Voor de campagne van het beroepsonderwijs worden we ondersteund door Wilde Ganzen en hebben we geld ontvangen van de kringloopwinkels Muttathara uit Castricum, Kook uit Alkmaar en De groene ezel uit Heemskerk. Ook wereldwinkels en kerken geloven in ons werk en ondersteunen ons.

Op dit moment voeren de kerken in Limmen, Akersloot, Heiloo en de Egmonden actie voor schoolsucces van meisjes. Want meisjes moeten dezelfde kansen krijgen als jongens en niet 20% minder omdat zij thuis moeten blijven als zij ongesteld zijn. Ik hoop ook dat u dit project van harte wilt ondersteunen met uw donaties.

Ons onderwijscomplex heeft ook een speciaal plekje bij Johan Olling, pastor van de Corneliuskerk. Hij is er zelfs voor naar Burkina gefietst, samen met een grote club mensen uit Limmen en omgeving. De fietstocht heeft heel veel geld opgebracht waarmee we het onderwijscomplex konden uitbreiden. Jammer genoeg heeft de fietstocht ook veel gekost: vriendschap en zelfs een leven.

Nu ik toch bezig ben met bedanken wil ik mijn man Kees bedanken die mij meerdere malen vergezeld heeft naar Burkina. Hij is ook mee geweest met de fietstocht als chauffeur van de begeleidingsvoertuigen. Ik ben niet zo’n gezellige echtgenote. Vaak zit ik in mijn kantoor achter mijn computer voor contact met Burkina, schrijven van projecten en rapportages, afleggen van verantwoording over het besteedde geld en nog veel meer zaken. Tja, die verslaving hè…

Ook wil ik mijn baas Mieke bedanken. Er zullen maar weinig leidinggevenden zijn die er achter staan dat hun personeel af en toe drie maanden ertussen uit stapt om naar Burkina Faso te gaan.

Ik ben dankbaar voor alle podia waar ik mijn verhaal mag doen ten gunste van onze projecten in Burkina. Ik ben dankbaar voor alle waardering die ik krijg voor mijn werk.

In Burkina ben ik geridderd (foto), in Castricum heb ik een waarderingsspeld gekregen en ook door de Rabobank ben ik in het zonnetje gezet. Maar het meest aandoenlijke blijk van waardering, van vriendschap en gastvrijheid vond ik toch deze: een schaal pinda’s van de vrouwen van Nimpouya en Tougué Mossi tijdens de voedselcrisis van 2012.

Ik ben dankbaar dat u mijn verhaal heeft willen aanhoren. Dineke bedankt, dat je mij hebt voorgedragen.

 

Change the Game

Change the game, verander het spel, het spel van fondsenwerving. Wilde ganzen heeft, in samenwerking met MDF een training ontwikkeld om partners van particuliere initiatieven te trainen om lokaal fondsen te werven en hun rechten te claimen in eigen land. Veel lokale ontwikkelingsclubs zijn afhankelijk van een of enkele partners in westerse landen die voor hen fondsen werven. Dat maakt hen erg kwetsbaar. Ik zie het ook hier gebeuren: veel westerse partners hebben zich teruggetrokken vanwege de veiligheidssituatie of om andere redenen. De lokale organisaties moeten hun deuren sluiten als er geen geld meer komt van de westerse partner.

Burkina Faso heeft een prachtig meerjarig nationaal ontwikkelplan. Dat hebben ze al jaren, alleen veranderen de naam en de jaartallen regelmatig. Van de plannen zelf komt niet zo veel terecht. Voor een groot deel komt dit door onwetendheid van de bevolking. Niet alleen doordat de bevolking niet weet van het bestaan van die plannen, wat niet zo vreemd is in een land waar nog veel mensen analfabeet zijn. Maar ook vaak omdat de verantwoordelijke bestuurders niet weten hoe die plannen uitgevoerd moeten worden. Ook als er geld beschikbaar is, blijft het vaak ongebruikt (met het risico op verdwijning….). En wat wel gebruikt wordt gaat op zo’n knullige manier dat niemand er wat aan heeft. Zo is openbaar onderwijs gratis, maar lesmateriaal wordt pas halverwege het schooljaar geleverd. Ook privéscholen, zoals onze basisschool op Zoodo, horen schoolboeken en lesmateriaal te ontvangen. Privéscholen staan echter achter in de rij bij de uitdeling. Zoodo heeft slecht 1 schoolboeken per vak per klas gekregen…. Door de overheid geleverde schoolbanken zijn vaak van zulke slechte kwaliteit dat ze binnen een jaar al kapot zijn. Begin dit jaar was met veel tamtam een nieuwe brug geopend. Helaas is de brug al tijdens het eerste regenseizoen ingestort. Er is geen controle geweest op kwaliteit.

2018-10-04 pont banakeledaga
De brug Banakeledaga is een maand na de officiële opening ingestort.
dsc00523
De staat van een door de overheid beschikbaar gestelde schoolbank na een jaar gebruik.

In Namssiguia zijn we bezig met de uitbreiding van het college dat we in 2013 in het dorp hebben opgezet. Het laatste project is de net opgeleverde nieuwe schoolkeuken. Vanuit een fonds van de Wereldvoedselorganisatie zou door de overheid levensmiddelen geleverd worden. Hier wacht men op. We gingen ook nog even de bibliotheek bekijken die wij ook, met hulp van MRC Holland, gefinancierd hebben. En tot mijn verbazing stonden daar allemaal dozen met spaghetti, bidons met spijsolie en blikken tomatenpuree. Waarom worden die niet gebruikt? Maar toen ik goed keek, zag het er toch niet zo smakelijk uit. Wat bleek: dit was het beloofde voedsel van vorig schooljaar. Het werd pas aan het einde van het schooljaar geleverd en was toen al over datum en aangevreten door termieten.

dsc00495
Te laat geleverde en bedorven voedsel voor de schoolkantine.

Dit soort situaties zijn tekenend voor een slecht beheer, onvermogen en/of mogelijk desinteresse van de verantwoordelijke ambtenaren. Als particuliere ontwikkelingsorganisaties dit hadden uitgevoerd, had het voedsel wel op tijd geweest en van goede kwaliteit. Deze organisaties zijn veel meer betrokken bij de doelgroep en moeten verantwoording afleggen aan hun westerse partner. Ook DSF laat onze bouwprojecten altijd controleren door een onafhankelijke technicus / architect om te voorkomen dat er gesjoemeld wordt met cement en bouwmaterialen. Zolang de overheid haar rol niet goed speelt, drijft het ontwikkelingsproces voor een groot deel op particuliere organisaties en NGO’s.

In de periode van samenwerking met ICCO en Kinderpostzegels is onze partner DSF heel goed getraind om kwalitatief goed werk te leveren en op haar beurt weer structuren te trainen die toezicht moeten houden op kwaliteit en het nakomen van afspraken die met lokale, regionale en nationale overheden zijn gemaakt.

2018-10-15 training pma 03
Training op het kantoor van DSF.

Met het programma Change the game wil Wilde Ganzen de organisaties, die met Nederlandse partners samenwerken, bewust maken van hun rechten en hen stimuleren breder te kijken naar mogelijkheden voor fondsenwerving, inclusief de fondsen die aan gemeentelijke en regionale overheden beschikbaar worden gesteld voor ontwikkelingsdoelen. De training zit heel goed in elkaar en bestaat uit verschillende modulen. Het is echt gericht op competentie ontwikkeling van kleine lokale clubs in ontwikkelingslanden. De deelnemers maken kennis met digitale mogelijkheden. Op https://www.changethegameacademy.org/ maken zij een account aan en kunnen dan bij al het lesmateriaal en ook digitaal huiswerk inleveren. Voor veel clubs een nieuwe manier van leren!

Ik had het geluk ook zo’n training te mogen bijwonen. Deze module ging over communicatie: Hoe claim je je rechten op beschikbaar ontwikkelingsgeld bij lokale overheden? Van welke wetten en ontwikkelingsplannen moet je op de hoogte zijn? Hoe zorg je voor een goede communicatie met de verantwoordelijke autoriteiten? Er werd praktisch geoefend met brieven schrijven en rollenspellen.

2018-12-04 abf change the game 06

Voor de meeste cursisten was de cursus een eyeopener. Ik kon merken dat Salif, onze coördinator van DSF, met kop en schouders boven de overige cursisten uit stak. Door zijn jarenlange samenwerking met professionele ontwikkelingsorganisaties en zijn ervaringen als burgemeester kon hij kritische vragen stellen en adviezen geven. Aan het einde van de module werd hij benoemd tot “doyen”, wijze oudste, van de groep. ABF, de organisatie die in opdracht van Wilde Ganzen de training Change the game in Burkina uitvoert, maakte de groep attent op de mogelijkheid om bij de Europese Unie een plan in te dienen voor de bevordering van beroepsonderwijs en werkgelegenheid onder jongeren. De criteria voor het plan lijken een beetje op ons plan waarvoor we zelf van Wilde Ganzen subsidie krijgen. Het plan met de EU moet alleen veel groter van opzet zijn. Met twee andere clubs maakte Salif afspraken om bij elkaar te komen om gezamenlijk de aanvraag te doen bij de EU.

dsc00936
Onze coördinator Salif Sodré met vertegenwoordigers van partners die met Wilde Ganzen samenwerken. Zij bezochten ons complex om gezamenlijk een plan op te stellen voor een aanvraag bij de EU.

Maar wat ik me steeds meer begin af te vragen: moet er niet veel meer aan het spel veranderd worden? NGO’s, lokale ontwikkelingsclubs en particuliere initiatieven doen nu eigenlijk het werk dat de overheid moet doen. Ministers en andere bobo’s komen nu alleen met een groot gevolg in dure auto’s lintjes doorknippen van projecten die door NGO’s en particuliere initiatieven zijn gefinancierd. Beleid maken en uitvoeren is er nauwelijks bij. Het politieke spel zou eens veranderd moeten worden!

Atelier Yvonne

Nooit gedacht dat ik nog eens naailes zou geven. Mijn oude naaimachine, 40 jaar geleden een huwelijkscadeau van mijn moeder, heb ik twee jaar geleden naar de naaimachine reparateur van Gered Gereedschap in Heiloo gebracht. Het toeval wilde dat we de machine weer terug kregen in een partij naaimachines voor Burkina Faso. Roger, de directeur van de beroepsopleidingen op Onderwijscomplex Zoodo is zuinig op de machines uit Nederland. Ze staan netjes opgeslagen, maar worden niet of nauwelijks gebruikt. Elektrische naaimachines, die omgebouwd kunnen worden tot trapnaaimachine, worden op een tafel gemonteerd. Hier mogen de tweedejaars leerlingen op naaien.  De eerstejaars leerlingen leren naaien op trapnaaimachines van goedkope Chinese makelij die na een jaar kapot zijn. Alleen de instructrices krijgen een elektrische machine en soms de beste leerlingen die een eigen ateliertje gaan beginnen. Men heeft hier een vreemd gevoel voor zuinigheid: trapnaaimachines gebruiken geen stroom, dus om de elektriciteitsrekening te drukken mogen de leerlingen alleen op trapnaaimachines werken. Maar die zijn er altijd te kort omdat ze snel kapot gaan. Men moet dan weer nieuwe machines kopen, waar niet altijd geld voor is. Dit gaat ten koste van het leerproces van de leerlingen.  Een nieuwe Chinese machine kost ongeveer 175 euro per stuk. Voor dat bedrag zou je degelijke (gratis) elektrische machines uit Europa toch een hele tijd kunnen laten draaien….

dsc00365
Alle leerlingen naaien op trapnaaimachines.

Ter voorbereiding op het project van het wasbare maandverband wilde ik zelf nog even oefenen voordat ik de instructrices van de naaiopleiding ging uitleggen hoe het verband gemaakt kan worden. Alle in Nederland ingezamelde flanellen lakens en ander materiaal, dat nodig is om de eerste training te geven aan de instructrices en leerlingen van het tweede jaar, waren inmiddels met de container van Eric aangekomen in Burkina. Dus aan directeur Roger gevraagd om mij een elektrische naaimachine te brengen. Saïdou, onze chauffeur, kwam trots aanzetten met de koffer. “De directeur heeft een bijna nieuwe voor je uitgezocht”, meldde Saïdou trots. De koffer kwam me wel erg bekend voor….

Saïdou, dit is geen nieuwe, deze is al 40 jaar oud! Nee, dat kon echt niet, een machine van 40 jaar oud die er nog zo mooi uitziet en zo goed werkt! Hij naaide inderdaad als een zonnetje. Met dank aan Hans Baas, de reparateur van Gered Gereedschap Heiloo!

Ik was dus goed voorbereid voor de “train de trainer”. De instructrices Esther en Fatimata kwamen naar mijn huis om gezamenlijk te oefenen. Ook zij geloofden de leeftijd van mijn machine niet.

dsc00903
Train de trainer.

De volgende dag gingen we de leerlingen instrueren. Op het onderwijscomplex staat het oude atelier op dit moment leeg. Hier zou ons atelier komen voor de productie van het wasbare maandverband. Maar wat een schrik toen de deur open ging: smerig en een grote stofbende! Voor de meiden was dat blijkbaar niets bijzonders. Er werden bezems, dweilen en emmers sop gehaald en binnen de kortste keren zag het er voor Afrikaanse begrippen spic en span uit.

dsc00912
Atelier Yvonne wordt schoongemaakt.

Ik zou met een groepje van tien leerlingen beginnen, maar dat bleek niet op te gaan. Iedereen wilde meteen aan de slag. Gelukkig was Fatimata, de lerares van het tweede jaar, heel kordaat en verliep alles nog redelijk georganiseerd. Eerst het patroon uitknippen op papier en daarna op stof. Papier was geen probleem, maar de stof uitknippen was bizar. Alle scharen waren bot en in plaats van mooie rechte sneden werden de randen allemaal hakken en rafels. Gelukkig had ik zelf ook een paar scharen meegenomen en hiermee knipten we de PUL, de beschermlaag tegen doorlekken, mee uit. De beste leerlingen mochten beginnen met naaien. De andere leerlingen instrueerde Fatimata eerst om het model te oefenen op restjes stof. De leerlingen vonden het toch prettiger om dit te doen op de hun bekende trapnaaimachines.

dsc00914
Patroon uitknippen
dsc00920
Liever eerst oefenen op de trapnaaimachine. Alleen zijn dit geen Chinese machines, maar ook meegekomen uit Nederland. Ze zijn nog ouder dan mijn machine, maar werken nog steeds!

Een feest voor de beste leerling leerling die als eerste op de elektrische machine mocht werken! Fatimata maakte er meteen een les van: die machine is al 40 jaar oud; een mooi voorbeeld van het belang van onderhoud en bewaren. Iedereen wilde zo’n machine hebben. Ik betwijfel of de machines er dan na een jaar nog zou uit zouden zien….

dsc00916
De beste leerling durft het aan om op de elektrische naaimachine te werken.

Aan het einde van de ochtend hadden de eerste leerlingen hun wasbare maandverband geproduceerd. Wordt vervolgd.

dsc00917
Trots op het eerste product!

Iemand zijn

“Etre quelqu’un” (iemand zijn) of “Quelqu’un de demain” (iemand van morgen) is een veelgebruikte zin in de brieven die onze gesponsorde leerlingen schrijven aan hun sponsorouders. In onze ogen een vreemde uitdrukking. Je bent toch al iemand? Maar nee, in Burkina is dat niet zo vanzelfsprekend. Men schat dat Burkina zo’n 16 miljoen inwoners heeft. Maar het exacte aantal is niet bekend. Veel mensen bestaan namelijk niet, dat wil zeggen, ze hebben geen burgeridentiteit. Vooral voor vrouwen is dit een probleem. Ze trouwen binnen de traditie, maar het huwelijk heeft geen rechtsgeldigheid. Vrouwen kunnen ook geen rechten ontlenen aan het huwelijk in geval van overlijden van de echtgenoot of andere problemen binnen het huwelijk of met de familie van de man. Kinderen die thuis in afgelegen dorpen geboren worden, worden niet aangegeven bij de burgerlijke stand. Ze hebben geen geboorteakte. Ze zijn dus “niemand”. Men weet ook vaak niet wanneer ze precies zijn geboren. Als deze kinderen toch naar school gaan, moeten er eerst een geboorteakte voor hen gemaakt worden. Zonder burgeridentiteit kan je geen examen doen, ben je niet zichtbaar voor inentingscampagnes, mag je niet aan verkiezingen deelnemen en kan je niet reizen. Zeker niet in deze tijd waar overal controles zijn in verband met de veiligheid. Als mensen met de bus van hier naar Ouagadougou gaan, moet iedereen onderweg twee keer uitstappen en langs de controle lopen.

Vanaf 2000 heeft DSF campagnes gehouden om kinderen op school te krijgen en er voor gezorgd dat ze een geboorteakte kregen en konden deelnemen aan de examens. Tegenwoordig zien de meeste mensen het belang in om pasgeborenen aan te geven en is hun geboortedatum bekend. Van kinderen en volwassenen zonder geboorteakte wordt de leeftijd geschat. Veel mensen in Burkina zijn “jarig” op 31 december of 1 januari.

Zo ook Saïdou, een van onze oud-leerlingen, van wie ik het huwelijk mocht bijwonen. Op zijn identiteitskaart staat dat hij in 1990 is geboren. Saïdou behoorde in 2001 bij de eerste lichting kinderen uit het project Schapen voor Schoolmateriaal, een zeer succesvol project waarmee we ruim 3.000 kinderen op school hebben kunnen krijgen en kunnen houden, vooral meisjes. De kinderen kregen een jong schaap om te verzorgen en een tas met schoolmateriaal. Als het schaap flink gegroeid was, werd het verkocht. Met de opbrengst kreeg de familie weer een jong schaap en een tas met schoolmateriaal. Zolang het kind op school zat, bleven de schapen eigendom van DSF. Als een kind de school voortijdig verliet, moest het schaap weer ingeleverd worden. Pas als het kind de basisschool had voltooid, werd het schaap eigendom van de familie. Tot schooljaar 2012-2013 hebben we dit project gedraaid. Toen waren alle ouders er inmiddels van overtuigd dat onderwijs belangrijk is. De overheid nam de taak over om schoolmateriaal te leveren aan de openbare basisscholen.

DSC_0197
Project Schapen voor schoolmateriaal (Foto uit 2006)

Ook Saïdou heeft dank zij het schapenproject de basisschool voltooid in zijn geboortedorp Nimpouya. In 2004 kon hij, dank zij Scholieren Adoptie Project (het latere Scholieren en Studenten Fonds), naar het college in het dorp Tangaye. In dit project ondersteunen we jongeren uit kansarme gezinnen om na de basisschool door te studeren.

2004 Sodre Saïdou 1990 2004
Saïdou als 14-jarige voor het college in het dorp Tangaye.

De schoolcarrière van Saïdou verliep niet vlekkeloos. Het onderwijs in de dorpen is van slechte kwaliteit en het leven in het dorp verre van ideaal voor een succesvolle schoolcarrière. Saïdou is ook een paar maal blijven zitten. Wij hadden inmiddels Onderwijscomplex Zoodo opgezet en daar heeft Saïdou zijn middelbare school af kunnen maken. Het was zijn droom om onderwijzer te worden. Wij hebben hem een beurs gegeven voor de onderwijzersopleiding. Deze opleiding duurt twee jaar en daarna proberen de jonge onderwijzers een aanstelling op een overheidsschool te bemachtigen. Er zijn echter altijd veel meer kandidaten dan dat er banen te vergeven zijn. Het eerst jaar lukte het ook niet. Om ervaring op te doen heeft Saïdou nog een jaar stage gelopen op de basisschool van onderwijscomplex Zoodo. Onder de bezielende leiding van directeur Nignan is hij goed getraind en kreeg het jaar daarop de felbegeerde aanstelling.

2015-12 Sodre Saidou P1010971
Saïdou voor de klas op de basisschool van Onderwijscomplex Zoodo (2015)

Alleen zijn jonge onderwijzers in overheidsdienst verplicht om eerst 6 jaar op een school in een afgelegen dorp te werken. Saïdou werd aangesteld op een dorpsschool in de Sahel, een streek waar op dit moment veel terroristische aanslagen zijn, vooral op scholen. Alle scholen is die regio zijn nu gesloten.

Maar Saïdou is inmiddels iemand: een door de overheid betaalde onderwijzer met een zekere toekomst. Hij heeft een lieve onderwijzeres ontmoet uit het dorp Rim ten noorden van Ouahigouya. En gisteren is het religieuze huwelijk voltrokken. Dit wordt binnenkort geregistreerd op het gemeentehuis waardoor het een wettelijk huwelijk wordt. Hun toekomstige kinderen zullen al meteen “iemand zijn”.

Het religieuze huwelijk van Saïdou en Agueratou:

DSC00697

De mannen uit het geboortedorp Nimpouya van de familie van Saïdou zijn bij elkaar gekomen in een gastgezin in het dorp Rim, het geboortedorp van de bruid Agueratou. Zij hebben een koffer vol cadeaus voor de bruid meegenomen.

DSC00699

De gasten worden getrakteerd op Zoom-Koom, de traditionele welkomstdrank.

DSC00702

De mannen verlaten het gastgezin om naar de moskee te gaan waar het huwelijk zal worden voltrokken.

DSC00710

Een religieus huwelijk is voornamelijk een aangelegenheid tussen de mannen van de familie. Noch de bruid, noch de bruidegom is erbij aanwezig. De familie van de bruid zit binnen de muur van de moskee, die van de bruidegom erbuiten.

DSC00714

De cadeaus worden door de familie van de bruid geïnspecteerd en vervolgens naar de bruid gebracht. Een spannend moment: zal zij de geschenken accepteren? Doet zij dit niet, dan moet de familie van de bruidegom eerst voor meer cadeaus zorgen anders gaat het hele feest niet door.

DSC00724

Gelukkig, zij heeft het geaccepteerd. Het huwelijk is hiermee een feit en men besluit met een gebed.

DSC00727

De mannen uit de familie van Saïdou gaan terug naar Nimpouya. Alleen Moussa blijft met zijn auto achter om de bruid naar Nimpouya te brengen. Een tante en een zuster vergezellen de bruid naar Nimpouya. In Nimpouya is er intussen een receptie gaande voor de vrienden van Saïdou. De dorpsoudsten wachten onder de boom op de komst van de bruid.

DSC00730

De vrouwen zijn druk bezig om de gasten van eten en drinken te voorzien. In een groot vat wordt de Zoom-Koom gemaakt.

DSC00735

Meisjes halen water voor de keuken.

DSC00738

In grote ketels wordt schapenvlees in pindasaus gekookt.

DSC00741

Een gezellig bedoening in de keuken bij de vrouwen.

DSC00729

De vrouwen en kinderen eten apart van de mannen.

DSC00743

De mannen eten gemeenschappelijk met hun handen uit grote schalen.

DSC00745

Wat overblijft is voor de kinderen, die altijd wel wat extra’s lusten. Maar eerst handen wassen!

DSC00748

IMG_20181227_183143289

Het is al donker als de bruid arriveert en naar het huis van Saïdou’s familie wordt gebracht.

IMG_20181227_183504373 (1)

Normaal blijft de bruid bedekt en ziet zij haar echtgenoot pas als zij in de vrouwen van de familie is opgenomen. Speciaal voor mij tilde zij haar sluier op en kwam Saïdou om samen met zijn vrouw op de foto te gaan.

IMG_20181227_184356793

Kerstcadeau

Gistermiddag meldde Salif, de coördinator van DSF, dat hij morgenochtend om 9 uur bezoek kreeg van mensen uit Nongfaïré, een van de dorpen waar we bezig zijn met de verbetering van het voortgezet onderwijs. Oké, leuk, maar ik kreeg niet de indruk dat ik hierbij moest zijn. In ieder geval was er tot vanmorgen half 11 niemand hier op het kantoor gekomen. Dus ik nam aan dat het om een persoonlijk bezoek aan de familie Sodré zou gaan. Wel kwam Moussa, de broer van Salif en lid van DSF. Hij zei dat hij naar Nongfaïré zou gaan om te kijken hoe de werkzaamheden bij de bouw van de schooladministratie verliepen. De vorige keer was ik samen met Salif en Assane, afkomstig uit Nongfaïré en ook lid van DSF, naar Nongfaïré geweest. En dat was geen pretje. Nongfaïré ligt 45 kilometer van Ouahigouya en de weg er naar toe is verschrikkelijk slecht. Salif reed de terreinwagen van DSF. Als persoon met evenwichtsstoornissen bezorgde dat mij bijna een aanval van hyperventilatie. Maar nu Moussa naar Nongfaïré ging, was ik eigenlijk ook wel nieuwsgierig hoe de bouw vorderde. Zondag is hier voor de meeste mensen gewoon een werkdag. Alleen scholen, banken, kantoren en overheidsdiensten houden de westerse (christelijke) zon- en feestdagen aan (en trouwens ook vaak de islamitische…). Dus op naar Nongfaïré na Moussa eerste verteld te hebben wat de vorige rit met mij gedaan had. Moussa bleek gelukkig een betere chauffeur te zijn dan zijn grote broer en we kwamen relaxed aan in Nongfaïré. De terreinwagen van DSF was snel gesignaleerd en de tamtam ging rond dat de “nasara”, de blanke, was gearriveerd. De broer van Assane kwam ook naar de bouwplaats en was erg verbaasd mij te zien. Hij vertelde dat een delegatie naar Ouahigouya was gegaan met een cadeau voor mij. Oeps! Ook Assane belde uit Ouahigouya om te vragen wanneer we terugkwamen. Hij zat samen met Salif en de bezoekers uit Nongfaïré op mij te wachten. De arme mensen hebben bijna 1 ½ uur zitten wachten. Maar ja, ze waren zelf ook meer dan 1 ½ uur te laat….

 

 

De bouw van de schooladministratie in Nongfaïré vordert gestaag.
De bouwstenen worden ter plekke gemaakt. De dorpsbewoners hebben voor zand en water gezorgd. Op de achtergrond de twee schoolgebouwen die wij mede hebben ingericht.

Het water voor het metselwerk wordt door dorpelingen naar de bouwplaats gebracht.

Maar wat een verrassing toen we het erg van het kantoor op kwamen rijden! Er stonden twee rammen aan een paal gebonden. Ze waren helemaal meegenomen uit Nongfaïré. Meestal is er een groots ontvangst als ik in de dorpen kom waar we projecten hebben lopen. Ik word dan verrast met cadeaus, meestal kippen en soms een schaap. Ik heb nu gezegd dat ik geen grootse ontvangsten wilde in verband met de veiligheidssituatie hier in de regio. De vorige keer dat we in Nongfaïré waren, hebben we ook alleen maar de school en de aangeschafte spullen bekeken en met de leraren gesproken. Geen cadeaus. En nu waren de drie mannen dus helemaal op hun brommertjes met de schapen naar Ouahigouya gekomen om mij een kerstcadeau te geven. En dat terwijl ik zelf op dat moment in Nongfaïré was! Tijd en afspraken zijn hier niet altijd even duidelijk….

De schapen zijn bestemd voor een feestmaal. Maar volgens Salif zijn ze nog te jong om al voor het eindejaarsfeest geslacht te worden. We zullen ze eerst nog een tijdje verzorgen en vetmesten. De bewaker Amadou en zijn zoon Adama, een van onze gesponsorde leerlingen, hebben deze belangrijke taak op zich genomen. Tot begin februari bij mijn afscheidsfeest.

Adama zorgt voor de schapen
De bibliotheek in Nongfaïré die wij met steun van MRC Holland hebben kunnen realiseren.
De lerarenwoningen in Nongfaïré, ook gerealiseerd door DSF, WOL en MRC.

Vanuit een heerlijk warm Burkina wens ik iedereen fijne feestdagen en het allerbeste voor het nieuwe jaar 2019!

Afrikaanse bloemen

De eerste stap voor het project van wasbaar maandverband is gezet. Voor dit project wordt tijdens de vastentijd 2019 actie gevoerd door de kerken in Limmen, Akersloot, Heiloo en de Egmonden. De Stichting Bisschoppelijke Vastenactie zal het ingezamelde bedrag verhogen met een subsidie van 50%. Het was nog een hele toer om die subsidie te verwerven. Omdat de subsidie verstrekt wordt door de bisschoppen in Nederland, wilde men ook een verklaring van geen bezwaar hebben van de bisschop van Ouahigouya. Maar de bisschop is een druk bezet man en vaak op reis. Uiteindelijk is het toch gelukt om een afspraak met hem te maken en zijn Salif en ik bij hem op bezoek geweest. Hij was heel vriendelijk: zondagmorgen om 11.00 uur werden we al op bier getrakteerd! Hij gaf zijn secretaris meteen opdracht om de brief op te stellen. Gelukkig!

DSC00196
Op bezoek bij de bisschop van Ouahigouya

In Burkina Faso verzuimen veel meisjes van school als ze ongesteld zijn. Ze hebben geen geld om maandverband te kopen. Sommige meisjes verzuimen wel vijf dagen per maand. Meisje hebben zo al 20% minder kans op een succesvolle schoolcarrière dan jongens, alleen omdat ze meisje zijn! En dat in een land waar het toch al heel moeilijk is om met succes een diploma te verwerven. Om het schoolverzuim onder meisjes te verminderen en hun ontwikkelingskansen te vergroten, gaan we het project van wasbaar maandverband opzetten.

In Nederland ben ik al op zoek geweest naar informatie over de vervaardiging. Met hulp van een video, waarin een dame stap voor stap laat zien hoe je zo’n verband maakt, heb ik een paar voorbeelden gemaakt. Gelukkig heb ik ooit in mijn jonge jaren leren naaien en was het nog niet verleerd. Ik heb twee pakketjes gemaakt: een met drie en een met vier verbanden. In Nederland hebben we moltons en flanellen lakens ingezameld. Dit gaat dienst doen als absorberende laagjes in het verband. De spullen zijn op dit moment onderweg met de container van Eric. Vanuit China heb ik PUL besteld, een waterdicht maar ademend materiaal dat ook gebruikt wordt voor de vervaardiging van wasbare babyluiers. Ik hoop dat het ook hier in Burkina te vinden is. Op Facebook kwam ik wel een bedrijfje tegen in Ouagadougou dat ook wasbaar maandverband maakt. Het is nog niet gelukt om met hen een afspraak te maken. Ik ben benieuwd welke materialen zij gebruiken en waar ze die kopen. Natuurlijk willen we zo veel mogelijk in Burkina Faso zelf kopen.

Tot mijn grote verrassing blijkt er ook in Ouahigouya een bedrijfje te zitten dat wasbaar maandverband maakt. Een sympathieke, ambitieuze jongeman heeft met hulp van een Franse organisatie dit bedrijfje opgezet. Ze maken niet alleen wasbaar maandverband, maar ook etuis, laptoptassen, rugtassen, armbanden en nog veel meer. Alles van duurzaam geproduceerde katoen uit Burkina Faso en gerecycled materiaal. Er zwerven hier ontzettend veel plastic zakken rond. Wettelijk is het sinds een paar jaar verboden om plastic zakken te gebruiken voor boodschappen, maar het ontbreekt aan handhaving. Het landschap is er mee bezaaid. Cynisch wordt de troep de “Afrikaanse bloem” genoemd. De jongeman, Faïçal Ouédraogo en zijn organisatie P3, zamelen de plastic zakken in en wassen ze. Van de grote zakken worden hele dunne draden geknipt en deze worden geweven tot materiaal om tassen en etuis van te maken. In Burkina wordt ook heel veel koel drinkwater in zakjes verkocht. Als er ergens een feest is geweest, ligt de grond bezaaid met deze zakjes. P3 zamelt ze in, wast ze en naait ze aan elkaar. De zakjes worden gebruikt als binnenvoering van tassen en etuis. Voor het wasbare maandverband gebruiken ze geen zakjes, maar het is mij niet duidelijk wat dan wel. Faïçail zei wel dat hun pakketjes wasbaar maandverband eigenlijk te duur zijn voor de lokale markt. Het ziet er heel luxe uit. Veel van hun producten gaan met een container naar Frankrijk. Maar al met al is het een leuk project dat bijdraagt aan het verminderen van de Afrikaanse bloemen en aan zeven vrouwen werk biedt. Tijdens de laatste SIAO, een vakbeurs voor handnijverheid, had Faïçal zelfs drie prijzen in de wacht gesleept!

2018-12 P3 Plastique Projet Pochette FB 01-horz
Project P3: Plastique, Projet, Pochette. De plastic waterzakjes worden gewassen en als waterdichte voering voor prachtige producten gebruikt. (Foto’s van Facebook: https://www.facebook.com/P3.Plastique.Projet.Pochette/ )
DSC00184
Faïçal Ouédraogo en een van de werkneemsters met hun prijzen van de SIAO.

Maar ons project hopen we minder kostbaar te maken. Van de week hebben we de instructrices en tweedejaars leerlingen van de naaiopleiding van onderwijscomplex Zoodo uitleg gegeven over het project. Na wat gegiechel voelden de dames zich heel vereerd dat zij de ambassadrices worden van het project. Ik ga beginnen om de verbanden eerste met de instructrices te maken. Hiervoor heb ik spullen meegenomen. Als het materiaal uit de containers er is, gaan we de verbanden en etuitjes met de leerlingen maken. Zij gaan de verbanden zelf uitproberen en eventueel verbeteren voor meer comfort. En de Afrikaanse bloemen gaan we zeker gebruiken als binnenvoering van de etuitjes om de verbanden in te bewaren!

DSC00375
Uitleg over het project “Wasbaar maandverband”
DSC00381
Onze ambassadrices voor het project “Wasbaar maandverband”.
DSC00438
Tweedejaars leerlingen met de voorbeelden die ik gemaakt heb.

DSC00453

 

Angst maakt meer kapot dan je lief is

Lieve mensen, bedankt voor jullie lieve reacties en medeleven n.a.v. mijn vorige bericht. Vandaag het bericht dat ik eigenlijk donderdagavond had willen plaatsen.

Angst maakt meer kapot dan je lief is.

De Sahelregio en de regio Noord ten noorden van Ouahigouya zijn door westerse landen aangemerkt als rode zone uit angst voor aanslagen. Men denkt dat het leven in dit gebied tot stilstand is gekomen en het een en al ellende is. Maar het dagelijks leven van de lokale bevolking gaat gewoon door. De oogst wordt binnen gehaald, mensen trouwen, kinderen worden geboren en gedoopt. Mensen ontmoeten elkaar en hebben plezier. De angst zit vooral bij Europeanen die niet meer naar het noorden willen gaan. Veel westerse bedrijven en hulpverleningsorganisaties hebben dit hun medewerkers verboden. Doordat westerse ontwikkelingsorganisaties niet meer ter plekke kunnen kijken wat er nodig is of hoe het gaat met de projecten, blijft ook het geld om projecten uit te voeren weg. Eerst was er de financiële crisis in Europa en nu de angst voor aanslagen. Lokale ontwikkelingsorganisaties hebben hun partner verloren en gaan failliet. Veel organisaties hebben hun kantoor gesloten en hun bezittingen moeten verkopen. Investeringen en expertise gaan verloren. Angst is een heel beroerde raadgever met grote gevolgen. Erg jammer, want zo krijgen de terroristen hun zin. Alleen Chinezen gaan door met hun projecten en handel.

DSC00209
Thee: Een ontspannen zondagmiddag met theeceremonie in Ouahigouya

Ook voor DSF heeft de angst van westerse organisaties gevolgen. Als wij (van WOL) er niet waren, hadden zij ook hun deuren moeten sluiten. Wij hebben ze nu voor twee jaar kunnen steunen om hen de tijd te geven nieuwe partners en projecten binnen te halen. Dat is alleen gelukt voor een paar kleine projecten die hun geld krijgen uit een nationaal fonds (dat meestal wel gevoed wordt door westerse organisaties). Uit dit soort fondsen krijgt DSF alleen geld voor de uitvoeringskosten van een project. Niet voor de overhead om de organisatie te laten voortbestaan. Directe samenwerking met westerse partners is haast onmogelijk geworden omdat deze geen medewerkers naar ons gebied willen sturen. We zijn nu bezig met een reorganisatie om DSF toch voort te laten bestaan met een minimum aan middelen.

Voor ons onderwijscomplex heeft de angst weer een ander gevolg gehad. Aanvankelijk was ik erg blij met het grote aantal nieuwe leerlingen op ons onderwijscomplex. Maar de oorzaak van deze groei is minder. Veel leerlingen zijn de kinderen van overheidsfunctionarissen die oorspronkelijk in de Sahelregio gestationeerd waren. Daar zijn verschillende scholen, politiekantoren en andere overheidsdiensten aangevallen door de terroristen. In de getroffen regio zijn de functionarissen getraumatiseerd door de angst. De scholen en overheidsdiensten functioneren niet meer en zijn gesloten. De functionarissen zijn weggetrokken en plaatsen hun kinderen op veilige scholen. Ouders uit de Sahelregio, die familie in Ouahigouya hebben, sturen nu hun kinderen hierheen om onderwijs te volgen.

DSC00034
Ook de basisschool op Zoodo heeft veel nieuwe leerlingen afkomstig uit de Sahelregio.

De angst heeft grote gevolgen voor investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Het beperkte overheidsbudget gaat nu voornamelijk naar beveiliging. In plaats van onderwijzers, worden er nu meer militairen opgeleid. In Ouagadougou wemelt het van de militairen. Overheidsgebouwen worden extra beveiligd met hoge muren en bewaking. De terrassen in Ouagadougou zijn gesloten. Het uitgaansleven vindt nu plaats achter hoge muren getooid met rollen prikkeldraad. Om een restaurant in te gaan moet je eerst door een sluis waar je gefouilleerd wordt voordat door mag.

DSC00313
Bouw van een beveiligingstoren bij het nieuwe hoofdkantoor van politie in Ouagadougou.
DSC00332
Training nieuw gerekruteerde militairen in Ouagadougou
DSC00307
Beveiligingssluis waar je door heen moet om een restaurant te betreden.

Voor onderwijs is steeds minder geld beschikbaar. Terwijl juist de scholen een heel belangrijke rol kunnen spelen om jongeren te behoeden voor terrorisme en criminaliteit. Nu nemen de moskeeën en kerken deze rol over. Want ook de lokale religieuze leiders willen niets liever dan vrede en veiligheid. Niemand gelooft hier dat het jihadisten zijn die achter de aanvallen zitten. Eerder de voormalige verdreven president. Blijkbaar heeft hij baat bij het kweken van angst en instabiliteit in het land. Er groeit zo weer een generatie jongeren op die verstoken is van onderwijs. Met alle gevolgen van dien….

Ook voor onze projecten heeft het grote gevolgen. We hebben in het dorp Tougué Mossi net twee nieuwe klaslokalen bij het bestaande college gebouwd om de stroom leerlingen een plek te kunnen bieden. Ook hebben we gezorgd voor een schoolkeuken en een bibliotheek. Goede arbeidsvoorzieningen dus voor het onderwijzend personeel. De overheid zou de leraren leveren. Maar helaas, in plaats van meer heeft de school minder leraren gekregen. Naast de directrice en de administrateur heeft de school maar drie leraren toegewezen gekregen voor meer dan 400 leerlingen. Veel leerlingen uit het dorp kunnen niet eens naar school door gebrek aan leraren. De leerlingen die wel gaan, krijgen niet in alle vakken les. Alleen al in de Regio Noord is op dit moment een tekort van 800 leraren. En dat terwijl heel veel jongeren met een universitaire opleiding werkeloos zijn en graag een baan als leraar willen hebben. Helaas, de overheid heeft geen geld om leraren aan te stellen. Al het geld gaat in beveiliging zitten.

DSC00243
Een van de gevulde kasten in de bibliotheek van het college van Tougué Mossi.
DSC00231
Een van de nieuwe klaslokalen wordt nu als lerarenkamer gebruikt. Ook het meubilair is gefinancierd met hulp van MRC Holland.
DSC00241
Directie en oudercomité voor de nieuwe klaslokalen in Tougué Mossi.
DSC00246
De net opgeleverde schoolkeuken in Tougué Mossi.

De nieuwe klaslokalen in Tougué Mossi zijn nog niet in gebruik genomen. Maar dank zij alle projecten van DSF zijn de (vaak analfabete) ouders in dit afgelegen dorp heel gemotiveerd om hun kinderen naar school te sturen. Zij zijn nu zelf aan het sparen om een extra leraar te kunnen betalen. En een deel van hun oogst hebben ze afgestaan om in de nieuwe schoolkeuken een middagmaal voor de leerlingen te bereiden.

Laat de angst niet regeren, laat deze mensen niet in de steek. Want dan winnen de terroristen in het destabiliseren van de regio en in het eigenbelang van minder frisse, op macht beluste personages.

DSC00261
De ouders hebben een deel van hun oogst afgestaan voor de schoolkeuken.
DSC00264
Moeders maken tussen de middag een maaltijd voor de leerlingen.

 

Een verschrikkelijke gebeurtenis

Gister hebben we een verschrikkelijke gebeurtenis meegemaakt. Na een training in Ouagadougou gingen we weer terug naar Ouahigouya. Ik zat achterin de auto en doezelde wat toen Saïdou, onze chauffeur, ineens keihard op de rem trapte en een heftige manoeuvre maakte. Een enorme klap en ik zag een man door de lucht vliegen. Door de klap raakten wij aan de andere kant van de weg in de berm. Saïdou wist de auto in bedwang te houden en hem veilig tot stilstand te brengen. Ik schrok nogmaals: de hele auto vol rook. In lichte paniek vluchtte ik de auto uit. Maar het bleek het gas van de airbags te zijn. We liepen terug naar het slachtoffer. Helaas was het meteen duidelijk dat hij de klap niet overleeft heeft. Verschrikkelijk.

Saïdou was helemaal van de kaart. In zijn twintigjarige loopbaan als chauffeur heeft hij zoiets nog nooit meegemaakt. En dat terwijl dit toch heel veel gebeurt. Er rijden heel veel “moto’s”, een kruising tussen een brommer en een lichte motor. Bijna niemand draagt een helm of houdt zich aan verkeersregels. Als chauffeur is het een kunst om ze te ontwijken. Bij ons in Nederland hebben we veel auto’s en ander verkeer en relatief weinig ongelukken. Hier hebben ze bijna geen auto’s maar wel moto’s en veel ongelukken, vaak met dodelijke afloop.

Op de weg tussen Ouagadougou en Ouahigouya is nauwelijks verkeer. Ik had net een paar foto’s gemaakt van de “snelweg” in Burkina toen het ongeluk gebeurde. Langs de 180 km lange weg liggen verschillende dorpen. De snelheid wordt daar geremd door drempels. Ik weet niet hoe hard we reden, maar de klap was verschrikkelijk.

DSC00334
Snelweg in Burkina

DSC00295

Gelukkig kwam er vrij snel een andere auto langs. Dit bleek de secretaris van de gouverneur van de regio te zijn. Hij was heel aardig en heeft ons naar de dichtstbijzijnde politiepost gebracht in het dorp Arbole. Agenten zijn toen op brommertjes naar de plaats van het ongeluk gegaan. Het duurde uren voor ze terug waren. Ze hadden de auto mee kunnen nemen. Ondanks de enorme schade reed hij nog. Gelukkig maar, want het komt ook voor dat de plaatselijke bevolking, in hun emoties, het voertuig, dat een dodelijk ongeluk heeft veroorzaakt, in de brand steken. Onze spullen zaten er nog allemaal in. Ook de brommer van het slachtoffer hadden ze meegenomen op een tricycle, een brommer met laadbak. Het slachtoffer is afgevoerd naar de plaatselijke verpleegpost, maar daar hadden ze geen middelen om het lichaam te bewaren. Hij is meteen begraven.

De politie vertelde dat het slachtoffer flink naar alcohol rook. Salif vertelde ook dat het niet normaal was wat hij deed: zonder kijken vloog hij op zijn brommer de weg op. Saïdou probeerde hem nog te ontwijken, maar helaas.

Ondertussen had Salif allerlei mensen uit zijn netwerk gebeld. Uiteindelijk waren er wel een stuk of tien mensen uit Ouagadougou en Ouahigouya om hun steun te betuigen. Ook de oudere broer van Saïdou, die meteen met zijn vrouw uit Ouagadougou kwam om zijn broer bij te staan. Moussa, de jongere broer van Salif, en Blaise, de monteur / chauffeur die DSF ook regelmatig helpt, kwamen uit Ouahigouya om ons op te halen met de terreinwagen van DSF. Maar eerst moesten de verhoren nog plaatsvinden. Dit duurde uren. De commissaris was heel aardig en geduldig. Het proces verbaal werd genoteerd door een agent. Maar gewone agenten hebben nauwelijks scholing gehad, dus voordat hij alles op schrift had gesteld, waren er uren verstreken. Het was nog licht toen het ongeluk gebeurde en wij bij de politiepost aankwamen, dus het ongeluk moet tussen 17.00 en 17.30 hebben plaatsgevonden, want om 18.00 uur is het donker. Na 23.00 uur mochten Salif en ik eindelijk gaan en waren uiteindelijk om 00.30 uur weer thuis. Saïdou moest blijven. Salif, Moussa en Blaise zijn vanmorgen weer teruggegaan om Saïdou verder bij te staan en vergiffenis te vragen aan de familie van het slachtoffer.

Voor mij was dit een verschrikkelijke confrontatie van de Afrikaanse realiteit en waarom we die niet met westerse ogen moeten bekijken. DSF heeft twee auto’s: de Toyota Hilux terreinwagen en de Toyota Highlander. Wij waren met de Highlander, een dikke, zware auto. Als product van een Calvinistische opvoeding heb ik deze auto altijd overdreven gevonden, zeker toen de financiële middelen van ICCO weg vielen. Ik snapte niet waarom ze die persé wilde houden. “Voor de veiligheid” zei Salif altijd. Ik dacht dat het meer was om zijn status op te houden. Salif moet vaak op dienstreis naar Ouagadougou of andere plaatsen in het land en gaat dan met de Highlander. Nu snap ik waarom. Wij hebben ons leven aan de Highlander te danken. Als we met een gewone personenauto waren geweest, hadden ook wij het mogelijk niet overleefd. De auto had over de klop gevlogen, met alle gevolgen van dien. Weer een les dat wij onze westerse normen niet op de Afrikaanse realiteit moeten willen opleggen. Helaas zullen we het nu verder zonder Highlander moeten doen, want waarschijnlijk is hij onherstelbaar beschadigd.

Highlander